Kiss & Ride Schiphol: Een moeder leert loslaten

‘Hoe laat kom je aan?’ vroeg ik hem in een WhatsApp-berichtje.

‘Stuur me je vluchtnummer, dan kan ik je volgen. Dan vlieg ik met je mee en ben ik toch een beetje bij je. Als het fijn voor je is, dan kom ik je ophalen en breng ik je naar Utrecht.’

Het tijdstip in de namiddag was gunstig. Ik had zin om hem te zien en onze momenten samen zijn schaars. Een autoritje gaf me de mogelijkheid om weer eens te connecten.

Ik stelde voor om hem bij de Kiss & Ride-strook te treffen. Ik reed weg op het moment dat hij landde. Na een dwaaltocht langs afritten en parkeergarages van Schiphol kwam ik uiteindelijk terecht bij de Kiss & Ride voor ‘passagiers wegbrengen’. Enige stress was voelbaar door de scanauto’s die rondreden. Niet langer dan tien minuten was geoorloofd om er geparkeerd te staan. Waarschuwingsborden wilden je met grote ogen duidelijk maken dat je ‘gezien’ werd. Ik haalde een paar keer diep adem en toen ik de woorden ‘All is good’ zei, kalmeerde ik.

Van Groningen naar Aberdeen: en daarna wie weet naar welk deel van de wereld?

De week daarvoor vloog hij naar Aberdeen in Schotland. Hij was gevraagd om een lichtproject te installeren en te begeleiden bij het SPECTRA – Scotland’s Festival of Light.

Hij had zijn kans gegrepen tijdens zijn stageperiode in Groningen. Ze hadden iemand nodig en hij stelde voor dat hij wel naar Aberdeen wilde gaan.

Zijn grote avontuur, zijn liefde voor de kunsten, kwam in een stroomversnelling. Hij had zijn zinnen gezet op de coolste studio. Een stageplek die hij last minute bevestigd kreeg. Zonder slaapplek was hij vertrokken. Voor de eerste week had hij bedacht dat hij in een hostel kon slapen. Een cocon boeken in hartje Groningen met de luxe van een hotel? Het klonk aantrekkelijk.

Ik keek naar de foto’s en zag slaapzalen waar houten wanden een slaapplek creëerden. Net hoog genoeg om rechtop in je bed te zitten. Een stopcontact gaf de mogelijkheid om je telefoon op te laden. Gordijnen sloten de gestapelde houten ruimtes af. Het deed me denken aan de documentaire die ik een tijdje geleden zag in een reisprogramma over Tokio. Hotels met soortgelijke slaapplekken zagen er hip uit en waren gebruikelijk in een drukke stad waar ruimte beperkt is. De claustrofobische rillingen gingen door me heen, niet voor mij weggelegd, dacht ik nog. Voor hem een goede oplossing met een redelijk prijskaartje om een onderkomen met enig comfort te hebben en van de straat te zijn.

Van de fiets die hij kreeg maakte hij dankbaar gebruik. Het was een gemak om zich zo door de stad te verplaatsen. In de studio kon hij na werktijd blijven om zijn eten te bereiden en daarna naar zijn slaapplek te gaan.

Zoals het hem verging, viel het allemaal op zijn plek. Na een paar dagen in het Groningse werd hem een slaapplek aangeboden in een caravan op een verlaten camping. Een stapel dekens hield hem warm in de koude nachten. Een buitendouche gaf een frisse start van de dag. Maar hé, hij was wel bij de coolste stageplek ooit en had de tijd van zijn leven.

Na drie maanden bivakkeren in een caravan in het hoge noorden, waar het net een paar graden kouder is, was hij blij dat hij weer naar zijn kamer in Utrecht ging.

Na één nacht thuis verruilde hij voor een week zijn studentenleven voor dat van crew member in een hotel in Aberdeen. Iedere ochtend stond er een stevig ontbijt klaar. Vers gebakken eieren met bonen en spek, te voedzaam voor een veganist, zou je denken. Hij proefde het Schotse leven.

Het was nat en koud weer en toch was het lichtfestival een evenement dat warmte, licht en verwondering bracht en vele bezoekers trok. De verlichte bloementuin waarvan de bloemen in vlammen stonden, zodat je er je handen kon warmen. De route door de stad met spectaculaire kunstwerken die licht gaven. Verbinden met andere artists en crew, een feestje op zaterdagavond. Het was er allemaal.

Ik kijk in mijn achteruitkijkspiegel. Zijn gestalte met zijn fleecejack in de kleuren rood en zwart loopt me tegemoet. Zijn ogen stralen onder de klep van zijn pet. ‘Ha mam,’ en hij laadt zijn spullen in. Mijn hart maakt een sprongetje. Wat lijkt hij op mij, denk ik, maar hij draagt ook een hele eigen wereld in zich. Hij beweegt door het leven met een kracht en licht die helemaal van hem zijn. Elke keer als ik hem zie, zie ik dat hij is uitgegroeid tot iemand groter dan ik ooit had kunnen bedenken. Moediger dan ik wist, wijzer dan ik durfde te hopen, met een stille kracht die me soms de adem beneemt. Hij is niet te stoppen. Hij is bijzonder, mijn grootste trots, mijn diepste liefde, mijn zoon.

Enthousiast vertelt hij wat hij allemaal heeft meegemaakt. Het was goed gegaan, een hele week alleen in het buitenland. De verantwoordelijkheden die hij had, waren goed uitgevoerd. Er waren nieuwe ontmoetingen met anderen die in de toekomst een waardevolle connectie voor hem kunnen zijn. De uitnodiging om zijn eigen Dance Beam te presenteren werd met beide handen aangenomen. Hij heeft het in zich.

Vandaag een Kiss & Ride en ik leg mijn hand op zijn bovenbeen. In zijn jeugd reden we samen heel wat kilometers. Brengen en halen, Kisses & Rides. Wat ooit een dagelijkse routine was, is voorbij. Hij is er weer en ik geniet van zijn lach, zijn enthousiasme en zijn stem. Een paar uur samen in de auto is goud, in onze eigen bubbel, bijpraten en luisteren naar muziek.

Vanmiddag was hij even van mij en ik geniet nog even voordat hij met zijn nieuwe projecten de weidse wereld weer in gaat.