Intersekse bewustwording staat vandaag, 26 oktober, wereldwijd centraal. Precies dertig jaar na de eerste demonstratie van intersekse activisten in Boston is de vraag nog altijd actueel: wie beslist over het lichaam van een intersekse kind?
Wat betekent intersekse?
Intersekse is een overkoepelende term voor mensen die worden geboren met geslachtskenmerken die niet binnen de gangbare definities van man of vrouw vallen. Het kan gaan om chromosomen, hormonen of geslachtsorganen. Het VN-Mensenrechtenbureau (OHCHR) benadrukt dat intersekse geen ziekte is en niets zegt over genderidentiteit of seksuele oriëntatie.
Hoe vaak het voorkomt, hangt af van de definitie. De VN noemen een bandbreedte van 0,05 tot 1,7 procent van de bevolking. Het hoogste cijfer komt uit onderzoek van de Amerikaanse biologe Anne Fausto-Sterling (2000) en wordt door sommige onderzoekers betwist.
Dertig jaar geleden in Boston
In de twintigste eeuw werd het medische uitgangspunt dat een kind het best opgroeit met een eenduidig geslacht. Onder invloed van de Amerikaanse psycholoog John Money kregen baby’s en jonge kinderen vaak een operatie, terwijl ouders en kind weinig te horen kregen. Veel volwassenen vertelden later over littekens, verlies van gevoel, onvruchtbaarheid en een leven vol geheimhouding.
In 1993 richtte Cheryl Chase de Intersex Society of North America op. Op 26 oktober 1996 demonstreerden leden van die organisatie en hun bondgenoten bij een congres van de American Academy of Pediatrics in Boston tegen onnodige operaties bij intersekse kinderen. Die actie geldt als het begin van de internationale beweging. Sindsdien wordt 26 oktober herdacht als Intersex Awareness Day.
Lees ook: Nederland grijpt in op scholen: meer steun voor lhbti+ leerlingen
Internationaal: steeds meer landen grijpen in
De Verenigde Naties en de Raad van Europa beschouwen medisch niet-noodzakelijke ingrepen bij kinderen die zelf niet kunnen instemmen als een schending van de lichamelijke integriteit. De Parlementaire Vergadering van de Raad van Europa nam hierover in 2017 een resolutie aan.
Malta was in 2015 het eerste land ter wereld met een wettelijk verbod. Portugal (2018), IJsland (2019) en Griekenland (2022) volgden met vergelijkbare regels. Duitsland nam in 2021 een wet aan die onnodige ingrepen bij kinderen beperkt.
En in Nederland?
In Nederland ligt de beslissing over medische ingrepen bij kinderen onder de twaalf jaar nu bij de ouders. Onderzoek van het Nivel laat zien dat een deel van de genitale operaties bij kinderen met een intersekse variatie (in de zorg vaak DSD genoemd) niet om medische, maar om cosmetische en psychosociale redenen gebeurt.
Het VN-Comité tegen Foltering vroeg Nederland in 2018 om niet-dringende, onomkeerbare ingrepen uit te stellen tot het kind zelf kan meebeslissen. In 2023 adviseerde de Nationaal Coördinator tegen Discriminatie en Racisme om dergelijke behandelingen strafbaar te stellen, net als meisjesbesnijdenis. In november 2024 vroeg een grote meerderheid van de Tweede Kamer het kabinet om een wettelijk verbod. Alleen CDA, ChristenUnie en SGP stemden tegen.
Een wet is er nog niet. In juni 2025 stuurden de staatssecretaris van OCW en de minister van VWS de Kamer een brief over het tijdpad, waarin het kabinet aankondigde eerst verder onderzoek te willen doen. Kamerleden vroegen daarna om dit niet verder te vertragen. Tijdens een Kamerdebat dit jaar klonk nog altijd de kritiek dat het kabinet de Kamer meermaals heeft laten wachten. Voor zover bekend ligt er op dit moment nog geen wetsvoorstel.
Belangenorganisaties als het Nederlands Netwerk Intersekse/DSD (NNID) en COC Nederland blijven aandringen op een wettelijk verbod en op betere voorlichting voor ouders en zorgverleners.
Naar een samenleving die luistert
Intersekse bewustwording draait om zelfbeschikking: zelf kiezen wat er met je lichaam gebeurt en wat je daarover met anderen deelt. Dat vraagt om artsen die luisteren, ouders die goed worden voorgelicht en een samenleving die niemand dwingt zich te verantwoorden voor zijn of haar lichaam.
